ECLI:NL:CRVB:2006:AY6554
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling appellabiliteit en inhoudelijke toetsing verlenging vergoeding creatieve therapie burgeroorlogsslachtoffer
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met psychische invaliditeit, ontving sinds 1998 een vergoeding voor creatieve therapie. Na een aanvraag in 2002 werd hem een vergoeding voor teken- en schildermaterialen toegekend, met een aangekondigde herindicatie in 2005.
Bij besluit van 19 juli 2005 werd appellant medegedeeld dat de vergoeding na 1 februari 2007 niet zou worden verlengd wegens het ontbreken van een medische indicatie. Dit besluit werd door appellant aangevochten, maar de Raad oordeelde dat het besluit slechts een voornemen is zonder rechtsgevolg, zodat bezwaar niet ontvankelijk was.
De Raad overwoog dat appellant tot 1 februari 2007 aanspraak kan maken op de vergoeding en dat bij een nieuwe aanvraag de medische situatie opnieuw wordt beoordeeld. Er was geen grond voor vernietiging van het besluit, en ook geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-verlenging van de vergoeding creatieve therapie wordt ongegrond verklaard.