ECLI:NL:CRVB:2006:AY6547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens gebrek aan procesbelang in WAO-uitkeringszaak
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Assen inzake haar WAO-uitkering. Het UWV had een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarin appellante per 27 december 2002 werd ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse 80-100%, waardoor zij vanaf 28 juni 2004 geen recht meer had op ziekengeld. Deze beslissing werd op 5 april 2006 met een andere motivering gehandhaafd.
Bij brief van 4 mei 2006 gaf de gemachtigde van appellante aan dat zij zich volledig kon verenigen met de nieuwe beslissing op bezwaar en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek.
De Raad overwoog dat appellante geen belang meer had bij de beoordeling van het hoger beroep, waardoor het niet-ontvankelijk werd verklaard. Daarnaast werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante, begroot op € 680,80. De Raad wees erop dat een verzoek om vergoeding van het griffierecht rechtstreeks bij het UWV moet worden ingediend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.