ECLI:NL:CRVB:2006:AY6544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening dagloon WW wegens vernietigd dossier
Appellant verzocht om herziening van het in het verleden vastgestelde dagloon in het kader van de Werkloosheidswet (WW) voor een uitkering die liep van 12 maart 1987 tot en met 10 maart 1990. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit verzoek af omdat het dossier niet meer beschikbaar was vanwege vernietiging na de wettelijke bewaartermijn van vijf jaar.
De rechtbank Maastricht vernietigde aanvankelijk het besluit van het Uwv, maar verklaarde het bezwaar later ongegrond. Het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep richtte zich op de vraag of het Uwv het verzoek om herziening mocht afwijzen wegens het ontbreken van het dossier.
De Raad oordeelde dat het Uwv terecht het verzoek afwees omdat het dossier was vernietigd conform de bewaartermijn. Bovendien mocht van appellant worden verwacht dat hij duidelijk zou maken op welk besluit zijn verzoek betrekking had, hetgeen hij niet had gedaan. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter G. van der Wiel, in aanwezigheid van griffier C.M.T. Kruls op 3 augustus 2006.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van het WW-dagloon wordt afgewezen wegens vernietiging van het dossier na de bewaartermijn.