ECLI:NL:CRVB:2006:AY6223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk als pensioenadviseur
Appellant, werkzaam als zelfstandig pensioenadviseur, vroeg op 14 mei 2001 een WAZ-uitkering aan wegens vermoeidheidsklachten. Na medisch onderzoek werd de diagnose Myalgische encefalomyelitis (ME) gesteld. Het UWV concludeerde op basis van een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en een arbeidsdeskundig rapport dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk.
Appellant voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat hij meer beperkt was dan het UWV aannam, onderbouwd met rapporten van een psycholoog, internist-infectioloog en huisarts. De Raad constateerde dat het psychologisch rapport tegenstrijdigheden bevatte en mogelijk sprake was van onderpresteren. De verzekeringsarts handhaafde het standpunt dat er geen medische gronden zijn om het oordeel te herzien.
De Raad gaf doorslaggevende betekenis aan het goed onderbouwde standpunt van de verzekeringsarts en concludeerde dat appellant ten tijde van het geschil in staat was zijn eigen werk fulltime te verrichten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering omdat appellant geschikt is voor zijn eigen werk.