ECLI:NL:CRVB:2006:AY6221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet in behandeling nemen WAO-aanvraag wegens ontbreken reïntegratieverslag
Appellant, werkzaam als aankomend elektromonteur, diende een WAO-uitkeringsaanvraag in zonder het vereiste reïntegratieverslag. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde appellant in de gelegenheid de aanvraag te completeren, maar appellant reageerde niet binnen de gestelde termijn. Het Uwv nam daarop de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De rechtbank oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij redelijkerwijs niet over de gevraagde stukken kon beschikken en dat het Uwv terecht gebruik had gemaakt van haar bevoegdheid. Appellant stelde in hoger beroep dat hij vanwege ziekte niet in staat was de formulieren in te vullen, maar dit werd niet onderbouwd met medische gegevens.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de aanvraag terecht niet in behandeling is genomen. De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van de eerdere beoordeling en acht geen gronden aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-aanvraag terecht niet in behandeling is genomen wegens het ontbreken van het reïntegratieverslag.