ECLI:NL:CRVB:2006:AY6146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen prostituees en exploitant seksinrichting
De zaak betreft een geschil over de vraag of prostituees werkzaam in vestigingen van belanghebbende, exploitant van een seksinrichting, in een privaatrechtelijke dienstbetrekking staan tot deze exploitant en daarmee onder de sociale werknemersverzekeringswetten vallen.
Na bedrijfsbezoeken en onderzoek door de belastingdienst en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) werd geconcludeerd dat er sprake was van een geordende en geïntegreerde organisatie met duidelijke sturing, toezicht, huisregels, tariefstellingen en selectiecriteria. De rechtbank had het besluit van appellant vernietigd wegens onvoldoende motivering en gebrekkige besluitvorming.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het onderzoeksrapport een betrouwbare weergave is van de feitelijke situatie en dat de omstandigheden voldoende wijzen op een gezagsverhouding en verplichte persoonlijke arbeid. De Raad stelt vast dat de prostituees onder toezicht en sturing van belanghebbende werken en dat de betalingen als loon moeten worden beschouwd.
Het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel en andere beginselen van behoorlijk bestuur faalt. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waarmee het standpunt van appellant wordt bevestigd dat sprake is van verzekeringsplicht vanaf 1 oktober 2000.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen prostituees en de exploitant, waardoor verzekeringsplicht ontstaat vanaf 1 oktober 2000.