ECLI:NL:CRVB:2006:AY6041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging dagloonbesluit en afwijzing immateriële schadevergoeding in WAO-zaak
Appellant, die een WAO-uitkering ontvangt, voerde bezwaar en beroep aan tegen het door het UWV vastgestelde dagloon. Na diverse besluiten en procedures heeft het UWV het bezwaar van appellant alsnog gegrond verklaard en het dagloon aangepast. De Centrale Raad van Beroep vernietigt het eerdere besluit van het UWV en verklaart het beroep gegrond.
Appellant verzocht tevens om vergoeding van diverse schadeposten, waaronder renteschade, belastingschade, schade door aanpassing van het invaliditeitspensioen en immateriële schade. De Raad oordeelt dat onvoldoende is komen vast te staan dat appellant materiële schade heeft geleden en dat het verzoek om immateriële schadevergoeding niet kan worden toegewezen omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van geestelijk letsel als bedoeld in artikel 6:106 BW Pro.
De Raad wijst het verzoek om schadevergoeding af, veroordeelt het UWV tot betaling van de proceskosten en het griffierecht en vernietigt het besluit van 29 januari 2001 wegens strijd met de Awb. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 augustus 2006.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.