ECLI:NL:CRVB:2006:AY6037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige motivering
Appellante, voormalig verkoopster, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordeling trok het UWV de uitkering in op grond van onvoldoende beperkingen in de geduide functies zonder urenbeperking. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de medische en arbeidskundige motivering onvoldoende is, met name vanwege het ontbreken van een urenbeperking ondanks adviezen die een gefaseerde werkhervatting aanbevelen.
De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige hadden functies beoordeeld zonder volledig rekening te houden met beperkingen zoals voetpedaalbediening en risico op secundaire rugklachten. De Raad stelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen urenbeperking is gesteld en dat de belastbaarheid van appellante niet adequaat is beoordeeld.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak van de rechtbank, en beveelt het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het UWV moet een nieuw besluit nemen.