ECLI:NL:CRVB:2006:AY5972
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning burgeroorlogsslachtoffer wegens niet voldoen aan nationaliteitseis
Appellante, geboren in 1934 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg erkenning als burgeroorlogsslachtoffer en toekenning van een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de nationaliteits- en territorialiteitseisen van artikel 3, eerste lid, onder a, van de Wet. Verweerster maakte geen gebruik van de anti-hardheidsbepaling uit artikel 3, zesde lid, omdat geen dringende medische noodzaak of andere bijzondere omstandigheden waren aangetoond.
Appellante had aangevoerd dat zij in 1960 naar de Verenigde Staten was geëmigreerd vanwege het klimaat waar haar echtgenoot niet tegen kon, maar dit werd niet als medische noodzaak erkend. De Raad oordeelde dat de weigering tot toepassing van de anti-hardheidsbepaling niet onredelijk was en dat het feit dat familieleden in Nederland wel erkend zijn, geen grond is om in haar geval van de Wet af te wijken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De Raad wees tevens een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door H.R. Geerling-Brouwer en uitgesproken op 3 augustus 2006.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard vanwege het niet voldoen aan de nationaliteits- en territorialiteitseisen en het niet toepassen van de anti-hardheidsbepaling.