ECLI:NL:CRVB:2006:AY5969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming verhuiskosten op grond van onvoldoende medische beperkingen
Appellante heeft bij het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in verhuiskosten op grond van haar medische beperkingen, met name haar problemen met traplopen in haar woning op de derde etage.
Een medisch advies van arts Schramade concludeerde dat appellante licht tot matig beperkt is in het traplopen, maar toch in staat is meerdere malen per dag de trap te gebruiken. Op basis hiervan wees het College de aanvraag af, en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad acht het medische advies zorgvuldig en inhoudelijk juist en oordeelt dat appellante niet zodanig wordt belemmerd in het gebruik van haar woning dat deze ongeschikt is. De aanvullende verklaring van een gastro-enteroloog brengt geen ander oordeel mee.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen. De afwijzing van de tegemoetkoming in verhuiskosten blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in verhuiskosten wordt bevestigd.