ECLI:NL:CRVB:2006:AY5854

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 juli 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-7040 WSF
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.3 Wet studiefinanciering 2000Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard tegen dwangbevel studiefinanciering

Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen een dwangbevel uitgevaardigd door de IB-Groep op 6 december 2004. De IB-Groep verklaarde het bezwaarschrift niet-ontvankelijk omdat het dwangbevel geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is waartegen bezwaar kan worden gemaakt.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het dwangbevel niet vatbaar is voor bezwaar en beroep op grond van de Awb. Volgens artikel 8.3 van de Wet studiefinanciering 2000 kan een dwangbevel alleen via verzet bij de kantonrechter worden aangevochten.

Appellante betwistte ook in hoger beroep de rechtmatigheid van het dwangbevel, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep geen doel treft. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegekend.

Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het dwangbevel is niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitspraak

05/7040 WSF
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 26 oktober 2005, kenmerk 05/354 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep)
Datum uitspraak: 21 juli 2006
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juni 2006. Appellante is niet verschenen. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. T. Holtrop.
II. OVERWEGINGEN
Appellante heeft een bezwaarschrift ingediend tegen een op 6 december 2004 door de IB-Groep uitgevaardigd dwangbevel.
De IB-Groep heeft dit bezwaarschrift bij besluit van 2 februari 2005 niet-ontvankelijk verklaard, aangezien het niet is gericht tegen een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waartegen een bezwaarschrift kan worden ingediend.
De rechtbank heeft het beroep, voor zover het was gericht tegen het besluit van 2 februari 2005, ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat het dwangbevel niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Awb, dat vatbaar is voor bezwaar en vervolgens beroep bij de rechtbank op grond van de Awb. Tegen een dwangbevel als het onderhavige staat ingevolge artikel 8.3 van de Wet studiefinanciering 2000, gelezen in samenhang met de toepasselijke bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, uitsluitend het rechtsmiddel van verzet open door dagvaarding van de IB-Groep bij de kantonrechter te Groningen.
Appellante betwist ook in hoger beroep de rechtmatigheid van het dwangbevel.
Het hoger beroep treft geen doel. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat tegen een dwangbevel als het onderhavige geen bestuursrechtelijke voorziening openstaat. Een dwangbevel kan alleen bij de bevoegde burgerlijke rechter worden aangevochten.
Hieruit volgt dat de aangevallen uitspraak (voor zover in hoger beroep aangevochten) moet worden bevestigd.
Er zijn geen termen aanwezig voor een proceskostenvergoeding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2006.
(get.) J. Janssen.
(get.) M.H.A. Uri.