ECLI:NL:CRVB:2006:AY5565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering na schatting inkomsten uit arbeid yogacentrum
Appellant ontving sinds 1993 een WAO-uitkering en exploiteerde vanaf 1994 een yogacentrum. Het UWV stelde vast dat appellant meer inkomsten genoot dan opgegeven, mede vanwege een onbetrouwbare kasadministratie over 1995-1997. Op grond van artikel 44 WAO Pro werd een schatting van de inkomsten gemaakt, waarbij werd uitgegaan van een verhouding tussen bankontvangsten en kasomzetten zoals vastgesteld in 1994.
Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, overwegende dat het UWV terecht een redelijke schatting maakte vanwege het ontbreken van betrouwbare administratie. Ook werd geoordeeld dat de economische waarde van het bedrijfspand niet van de winstcijfers afgetrokken hoefde te worden.
Verder werd vastgesteld dat er sprake was van toedoen van appellant in de zin van artikel 57 WAO Pro, omdat hij niet tijdig en volledig de benodigde informatie verstrekte. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de terugvordering bleef in stand. Er werd geen aanleiding gezien om appellant te veroordelen in de proceskosten van het UWV.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van WAO-uitkeringen blijft in stand.