ECLI:NL:CRVB:2006:AY5230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bijzondere voorziening medische kosten rugklachten vervolgingsslachtoffer
Appellante, een vervolgingsslachtoffer uit de Tweede Wereldoorlog, verzocht om een bijzondere voorziening voor niet gedekte medische kosten van rugklachten die zij toeschrijft aan een trap van een Duitse militair tijdens haar onderduikperiode.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees dit verzoek af, stellende dat de rugklachten niet in het vereiste verband staan met de vervolging. Dit standpunt was al eerder ingenomen in besluiten uit 1989 en 2000 en werd bevestigd na bezwaar en beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding geven tot herziening van het eerdere besluit. Medische adviezen ondersteunen dat de rugklachten voortkomen uit degeneratieve processen en niet uit de vermeende trap. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Proceskostenvergoeding werd niet toegekend. De uitspraak bevestigt de discretionaire beleidsvrijheid van de uitvoerende instantie en de terughoudende toetsing door de rechter bij herhaalde verzoeken om herziening.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijzondere voorziening voor medische kosten rugklachten wordt ongegrond verklaard.