ECLI:NL:CRVB:2006:AY5128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen afbouw toeslag na termijnoverschrijding
Appellant ontving op 11 juli 2001 een besluit van het Uwv waarin werd meegedeeld dat zijn toeslag ingevolge de Toeslagenwet in drie jaar zou worden afgebouwd. Appellant maakte pas op 28 november 2004 bezwaar tegen dit besluit, ruim drie jaar na ontvangst. Het Uwv verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant geen gegronde reden had voor het late bezwaar.
In hoger beroep voerde appellant geen nieuwe argumenten aan die het late bezwaar konden rechtvaardigen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring. De Raad merkte op dat geen gronden aanwezig waren voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door J. Janssen namens de Centrale Raad van Beroep op 14 juli 2006. Hiermee is het bezwaar definitief afgewezen vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afbouw van de toeslag is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.