ECLI:NL:CRVB:2006:AY5004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onderschatting medische beperkingen niet aannemelijk
Appellante stelde in hoger beroep dat het UWV haar medische beperkingen had onderschat en dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was uitgevoerd, omdat het slechts bestond uit een kort gesprek met de verzekeringsarts waarbij niet alle beperkingen aan de orde zouden zijn gekomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek door verzekeringsarts A.L. Mathoera zorgvuldig was uitgevoerd, met een onderzoek van een uur en aanvullende informatie van de bedrijfsarts. De bezwaarverzekeringsarts heeft de medische rapporten, waaronder die van de neuroloog en fysiotherapeut, betrokken in zijn oordeel en vond geen aanwijzingen dat de beperkingen van appellante waren onderschat.
De Raad zag geen nieuwe medische informatie in hoger beroep en vond de motivering van het UWV voldoende om de urenbeperking te verwerpen. Er was geen grond om het bestreden besluit te vernietigen, zodat de weigering van de WAO-uitkering werd bevestigd.
De uitspraak werd gedaan door J. Janssen en uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat de medische beperkingen niet zijn onderschat.