ECLI:NL:CRVB:2006:AY4836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aanvraag bijstand buiten behandeling gelaten wegens niet overleggen gevraagde gegevens
Appellante diende een aanvraag in voor een bijstandsuitkering, maar het College liet deze buiten behandeling omdat zij niet binnen de gestelde termijn de gevraagde bankafschriften had overgelegd. Appellante stelde dat zij door omstandigheden niet in staat was deze documenten te verkrijgen en dat zij dit tijdens een gesprek had toegelicht. De Raad oordeelde dat het College bevoegd was de aanvraag niet verder te behandelen op grond van artikel 4:5 Awb Pro, omdat de gevraagde gegevens onmiskenbaar van belang waren voor de beoordeling en appellante redelijkerwijs in staat was deze te overleggen.
De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde het besluit van de rechtbank Utrecht. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af, omdat appellante geen tijdig gemotiveerde verklaring had gegeven dat zij niet aan de verplichting kon voldoen. Ook was er geen verplichting voor het College om van het gesprek een verslag te maken. De Raad concludeerde dat het College in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te laten.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot buiten behandeling laten van de aanvraag bevestigd.