ECLI:NL:CRVB:2006:AY4328
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang kinderbijslag
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem waarin werd bepaald dat hij geen recht meer heeft op kinderbijslag over het eerste en derde kwartaal van 2004 omdat hij geen ingezetene is. Tegelijkertijd verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening om de kinderbijslagbedragen te ontvangen voor het levensonderhoud van zijn kinderen.
Tijdens de zitting gaf verzoeker inzicht in zijn vaste maandelijkse inkomsten en lasten. De voorzieningenrechter concludeerde dat onvoldoende is gebleken van een spoedeisend belang voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. Tevens werd benadrukt dat een voorlopige voorziening niet bedoeld is om de behandeling van de hoofdzaak te versnellen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door R.C. Schoemaker op 6 juli 2006.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.