ECLI:NL:CRVB:2006:AY4239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van anoniementarief vaststelling door UWV bij ontbreken identiteitsbewijzen
Appellante exploiteert een groothandel in snijbloemen en kreeg bij een looncontrole in 2003 te horen dat voor tien werknemers identiteitsbewijzen ontbraken. Omdat zij slechts van één werknemer het document kon tonen, stelde de looninspecteur de premielonen van de overige negen werknemers vast op het anoniementarief. Het UWV legde correctienota's op voor de jaren 1998 tot en met 2003.
Appellante stuurde later alsnog kopieën van de ontbrekende identiteitsbewijzen, maar het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde dat appellante niet had voldaan aan haar verplichting de documenten tijdig te overleggen en dat herstel in bezwaar- of beroepsfase niet mogelijk was. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat appellante niet om een hoorzitting had verzocht, waardoor het UWV correct handelde.
De Raad overweegt dat de kopieën van identiteitsbewijzen niet in de loonadministratie waren opgenomen ten tijde van de controle en dat het verzuim niet achteraf kan worden hersteld. De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en concludeert dat het UWV terecht het anoniementarief heeft toegepast. Tevens wordt vermeld dat als de belastingdienst geen naheffingsaanslagen oplegt, het UWV het anoniementarief niet zal hanteren.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht het anoniementarief heeft toegepast wegens het ontbreken van identiteitsbewijzen en verklaart het hoger beroep ongegrond.