ECLI:NL:CRVB:2006:AY3788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding 5%-regeling loonadministratie
Appellante was door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beboet wegens het niet nakomen van de verplichting uit artikel 13, derde lid, van het Loonadministratiebesluit, de zogenaamde 5%-regeling, over het jaar 2002. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen en bepaalde dat het griffierecht aan appellante werd vergoed.
In hoger beroep betoogde appellante dat de boete te hoog was vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat het Uwv terecht uitging van een derde overtreding en dat er sprake was van opzet of grove schuld. De Raad overwoog dat appellante als werkgever geacht moet worden bekend te zijn met haar loonopgaveverplichtingen en de gevolgen van het niet naleven daarvan.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten. De Raad zag geen aanleiding om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen en handhaafde de boeteoplegging door het Uwv.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de boeteoplegging wegens de derde overtreding van de 5%-regeling met opzet of grove schuld.