ECLI:NL:CRVB:2006:AY0428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens gebrek aan belang bij UWV-besluit
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een besluit van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV een nieuw besluit genomen dat volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante volgens de Raad geen belang meer bij voortzetting van het hoger beroep.
De Raad heeft op verzoek van partijen het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast is overwogen dat een vergoeding van de eigen bijdrage voor verleende toevoegingen niet mogelijk is op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Wel veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de redelijke kosten die appellante heeft moeten maken voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep, begroot op in totaal €644.
Tot slot is opgemerkt dat een verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV moet worden ingediend, conform artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €644.