ECLI:NL:CRVB:2006:AY0419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in Wajong-zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende de Wajong-uitkering heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep van appellante aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de beroepsgronden niet tijdig waren ontvangen. Appellante heeft hiertegen verzet ingesteld.
De Raad heeft op basis van het verzet en de toelichting van de gemachtigde van appellante geoordeeld dat het aanvullend beroepschrift waarschijnlijk wel binnen de gestelde termijn op de post is gedaan. Hierdoor is het niet-ontvankelijk verklaren onterecht geweest.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond, waardoor de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek in de procedure wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 5 juli 2006.
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem inzake de Wajong-uitkering, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) partij is. Het verzet is behandeld tijdens een zitting op 3 mei 2006.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.