ECLI:NL:CRVB:2006:AY0118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving sinds 1985 een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een vijfjaarlijkse herbeoordeling stelde het UWV op 13 mei 2002 vast dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en trok de uitkering per 1 juni 2002 in. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege procedurele termijnen en bepaalde een nieuwe intrekkingdatum.
Appellant betwistte de beoordeling en stelde dat zijn fysieke en psychische beperkingen niet juist waren weergegeven, waaronder krachtsverlies in handen en beperkte waakzaamheid. Ook wees hij op zijn langdurige arbeidsongeschiktheid en de zorg voor zijn zieke echtgenote. De Raad concludeerde echter dat de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd, mede na aanvullend onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts, die geen objectieve afwijkingen vond die de vastgestelde belastbaarheid ter discussie stelden.
De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering per 19 september 2002. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 19 september 2002.