ECLI:NL:CRVB:2006:AY0106
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening uitkering tweede generatie oorlogsslachtoffer
Appellant, geboren in 1943, verzocht om een uitkering als tweede generatie oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Een eerdere aanvraag uit 1993 werd afgewezen omdat onvoldoende medische gegevens over de vader van appellant beschikbaar waren om het verband tussen diens vervolging en de psychische klachten van appellant aan te tonen.
In 2003 diende appellant een verzoek tot herziening in, dat door verweerster werd afgewezen op basis van artikel 61, tweede lid, van de Wet. De Raad toetste dit besluit terughoudend vanwege de discretionaire bevoegdheid van verweerster en concludeerde dat er geen sprake was van aperte, verwijtbare fouten die de eerdere afwijzing konden rechtvaardigen.
De Raad oordeelde dat verklaringen van kinderen, ook indien ondersteund door psychiatrische expertise, het ontbreken van medische gegevens over de ouder niet kunnen compenseren. Het beleid van verweerster om gelijkstelling op grond van tweede generatie-problematiek na 1 januari 2002 niet meer toe te passen, werd als rechtmatig beoordeeld.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak bevestigt de terughoudende toetsing van herzieningsverzoeken in deze context.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek tot herziening van de uitkering wordt ongegrond verklaard.