ECLI:NL:CRVB:2006:AX9602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat overmakingskosten terecht op AOW-pensioen in mindering zijn gebracht
Appellant, geboren in 1935 en woonachtig in Spanje, kreeg een AOW-pensioen toegekend van 42% voor een alleenstaande. Hij maakte bezwaar tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) omdat ten onrechte overmakingskosten op zijn pensioen werden ingehouden. De Svb wees dit bezwaar af, stellende dat de kosten volgens nationale en Europese regelgeving in mindering mogen worden gebracht.
De rechtbank Amsterdam bevestigde dit standpunt en oordeelde dat verzoeken om wettelijke rente, schadevergoeding en vergoeding van speciale onkosten buiten het toetsingskader vielen, omdat de Svb hierover niet had beslist. In hoger beroep betoogde appellant dat de Svb op grond van een bilateraal verdrag met Spanje en het communautaire recht deze kosten niet mocht inhouden.
De Raad verwees naar een eerdere uitspraak in een soortgelijk geschil waarin deze argumenten reeds zijn behandeld en verworpen. Ook het aangehaalde arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen bood geen aanleiding tot een ander oordeel. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Verzoeken om rente en schadevergoeding vallen buiten deze procedure en worden in een apart besluit behandeld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Sociale verzekeringsbank terecht overmakingskosten in mindering brengt op het AOW-pensioen van appellant.