ECLI:NL:CRVB:2006:AX9572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering op basis van deugdelijke medische beoordeling
Appellant viel sinds december 1999 uit wegens klachten aan zijn linker onderbeen en voet en vroeg in juni 2002 een WAO-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering na een medische en arbeidskundige beoordeling waarin werd vastgesteld dat appellant geschikt was voor passende arbeid zonder verlies van verdiencapaciteit.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische beperkingen, waaronder angstklachten en een mogelijke paniekstoornis, onvoldoende waren meegewogen en dat de rechtbank ten onrechte geen onafhankelijke deskundige had benoemd. De Raad oordeelde dat het belastbaarheidspatroon, inclusief de aangescherpte beperkingen op psychische aspecten, op een deugdelijke medische grondslag berustte.
De brief van appellants huisarts uit juli 2002 werd betrokken bij de beoordeling, maar gaf geen aanleiding tot het aannemen van zwaardere beperkingen. De Raad vond dat de rechtbank terecht geen aanleiding zag voor nader deskundigenonderzoek en bevestigde het bestreden besluit van het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens voldoende geschiktheid voor passende arbeid.