ECLI:NL:CRVB:2006:AX9557
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen afwijzing ziekengeldaanvraag te laat en niet-ontvankelijk verklaard
Appellant had een aanvraag om ziekengeld ingediend die door het UWV niet werd beoordeeld wegens het niet verstrekken van gevraagde informatie. Pas op 8 november 2002 werd namens appellant een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van 3 juli 2000. Het UWV verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij tijdig bezwaar had ingediend of dat hij door zijn medische situatie niet in staat was tijdig bezwaar te maken. Ook de Raad onderschreef deze beoordeling en vond geen reden om het bestreden besluit te vernietigen.
De Raad stelde vast dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd van bijzondere omstandigheden die het te laat indienen van het bezwaar konden rechtvaardigen. De medische situatie van appellant werd niet voldoende onderbouwd met verklaringen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn zonder bijzondere omstandigheden.