ECLI:NL:CRVB:2006:AX9534
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant, die van 1970 tot 1977 in Nederland werkte en sinds 1977 in Marokko woont, vroeg in 1985 een WAO-uitkering aan. Deze werd in 1989 geweigerd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Na een eerdere afwijzing door rechtbank en Raad, diende appellant in 2001 een herhaalde aanvraag in. Het UWV handhaafde het oorspronkelijke besluit in 2003 omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangetoond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook in hoger beroep werd dit bevestigd. Appellant stelde dat hij door ziekte niet kon werken en dat geen onderzoek in Nederland had plaatsgevonden. De Raad oordeelde echter dat het bestuursorgaan bevoegd was het eerdere besluit te heroverwegen, maar dat toetsing beperkt is tot het beoordelen van nieuwe feiten of omstandigheden.
Gezien de medische verklaringen van Marokkaanse artsen geen nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden bevatten, was het bestreden besluit van het UWV redelijk en rechtmatig. Het hoger beroep faalde, en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er was geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om een WAO-uitkering toe te kennen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden.