ECLI:NL:CRVB:2006:AX9006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onjuiste opgave woonadres
Appellante diende op 8 september 2003 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw), waarbij zij een woonadres opgaf. Een onaangekondigd huisbezoek op 6 oktober 2003 leidde tot twijfel over de feitelijke bewoning van dat adres. Tijdens het bezoek kon appellante geen sleutel tonen, had zij geen eigen kamer, weinig persoonlijke spullen en verklaarde zij haar kleding elders te bewaren.
Het College wees de aanvraag op 2 december 2003 af, en de rechtbank verklaarde het beroep op 17 maart 2005 ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het recht op bijstand afhankelijk is van de feitelijke woon- en leefsituatie, en dat de verstrekte informatie onvoldoende was om vast te stellen dat appellante op het opgegeven adres woonde.
De Raad concludeerde dat appellante de inlichtingenplicht uit artikel 65 Abw Pro had geschonden door onvolledige informatie te geven over haar verblijfplaats. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of zij aanspraak had op bijstand. De afwijzing van de aanvraag werd daarom bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van feitelijke bewoning op het opgegeven adres.