ECLI:NL:CRVB:2006:AX8981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.P.M. van de Kerkhof
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt intrekking voorschot WAO-uitkering wegens schending rechtszekerheidsbeginsel
Appellant, sinds 1990 werkzaam als algemeen medewerker, meldde zich in 1998 ziek met knie- en rechterarmklachten. Het UWV weigerde aanvankelijk een WAO-uitkering toe te kennen per 14 december 1999 en trok het eerder toegekende voorschot in. Na bezwaar werd de WAO-uitkering alsnog toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 15-25%, maar het bezwaar tegen intrekking van het voorschot bleef ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV de voorschotten feitelijk heeft uitbetaald zonder het voorschotkarakter kenbaar te maken, waardoor het intrekken van deze betalingen in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. De Raad bevestigt dat de beperkingen van appellant juist zijn vastgesteld en dat de toekenning van de WAO-uitkering per einde wachttijd terecht is.
De Raad vernietigt het besluit tot intrekking van het voorschot en bevestigt het besluit tot toekenning van de WAO-uitkering. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen, maar het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten en dient het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de intrekking van het voorschot en bevestigt de toekenning van de WAO-uitkering per einde wachttijd.