ECLI:NL:CRVB:2006:AX8974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV omtrent WAO-uitkering wegens ondeugdelijke motivering
Appellant, werkzaam als medewerker horeca, meldde zich in februari 2001 ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV weigerde een WAO-uitkering omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht op basis van een arbeidsdeskundig onderzoek en medische beoordelingen.
In bezwaar en bij de rechtbank werd dit besluit gehandhaafd, ondanks nieuwe medische informatie over ernstige psychiatrische problematiek, waaronder een paranoïde psychose en posttraumatische stressstoornis. Appellant was sinds 2003 onder behandeling bij de Geestelijke Gezondheidszorg en had ernstige beperkingen.
De Centrale Raad oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, met name omdat de verzekeringsartsen geen rekening hielden met de ernst van de psychische aandoeningen en de beperkingen in het aantal te werken uren. Daarom wordt het besluit vernietigd en wordt het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen met een deugdelijke motivering, eventueel na aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.