ECLI:NL:CRVB:2006:AX8867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herberekening WAO-dagloon zonder overwerkverdiensten
Appellant betwistte de hoogte van zijn WAO-dagloon vastgesteld door het UWV per 1 juli 2002, omdat hij meende dat de referteperiode onjuist was gekozen en zijn overwerkverdiensten ten onrechte buiten beschouwing waren gelaten. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat de wet- en regelgeving geen ruimte biedt voor een verruiming van de referteperiode en dat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij structureel overwerk verrichtte.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat de systematiek van de dagloonregels gevolgd moet worden en dat alleen in bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van het refertejaar. De omstandigheden van appellant, waaronder het ontbreken van overwerk na 11 maart 1993, rechtvaardigen geen afwijking. De Raad vond geen reden om het UWV niet te volgen.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 juni 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de vaststelling van het WAO-dagloon zonder overwerkverdiensten wordt bevestigd.