ECLI:NL:CRVB:2006:AX8781

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 maart 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-6395 NABW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Th.G.M. Simons
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 AbwArt. 68a Abw
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering bijstand over periode voorafgaand aan aanvraagdatum zonder bijzondere omstandigheden

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda waarin werd bepaald dat geen bijstand wordt verleend over de periode voorafgaand aan de datum van haar bijstandsaanvraag. De Raad verwijst naar de feiten zoals vastgesteld door de rechtbank en stelt vast dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij door onjuiste informatie van het Centrum voor Werk en Inkomen later dan terecht haar aanvraag heeft ingediend.

De Raad bevestigt dat de ingangsdatum van de bijstandsuitkering terecht is vastgesteld op 3 september 2003. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van deze regel rechtvaardigen. De Raad sluit zich daarmee aan bij de vaste jurisprudentie dat bijstand in beginsel niet wordt toegekend over perioden voorafgaand aan de aanvraagdatum.

De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft het besluit van de gemeente Breda ongewijzigd dat de bijstand niet wordt toegekend over de periode voor 3 september 2003.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen bijstand wordt verleend over de periode voorafgaand aan de aanvraagdatum wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/6395 NABW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,
en
de Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente Breda, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 18 november 2004, reg.nr. 04/422 NABW.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 1 februari 2006, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.
Bij besluit van 27 november 2003 heeft gedaagde aan appellante over de periode van 3 september 2003 tot en met
8 september 2003 een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw) toegekend.
Bij besluit van 11 februari 2004 heeft gedaagde het bezwaar tegen het besluit van 27 november 2003 ongegrond verklaard.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 11 februari 2004 ongegrond verklaard.
Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Naar vaste rechtspraak van de Raad inzake de toepassing van artikel 67 van Pro de Abw - welke rechtspraak haar gelding heeft behouden ook na de inwerkingtreding van artikel 68a van de Abw (zie de uitspraak van de Raad van 8 maart 2005,
LJN: AT0209) - wordt in beginsel geen bijstand verleend over een periode voorafgaand aan de datum waarop de bijstandsaanvraag is ingediend. Van dit uitgangspunt kan slechts worden afgeweken, indien bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.
De Raad is evenals de rechtbank van oordeel dat van bijzondere omstandigheden niet is gebleken. De Raad overweegt daartoe dat, gelet op de gedingstukken, appellante in het geheel niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij als gevolg van onjuiste inlichtingen van de kant van medewerkers van het Centrum voor Werk en Inkomen pas op 3 september 2003 een aanvraag om bijstand heeft ingediend. Gedaagde heeft dan ook de ingangsdatum op goede gronden op 3 september 2003 gesteld.
De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gewezen door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2006.
(get.) Th.G.M. Simons.
(get.) L. Jörg.