ECLI:NL:CRVB:2006:AX8715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim medewerker milieustation
Appellant was sinds 1998 werkzaam bij de gemeente 's-Hertogenbosch als medewerker bij de Afvalstoffendienst. Na een onderzoek in 2002 naar misstanden bij milieustations werd appellant al gestraft met salarisvermindering wegens plichtsverzuim. In 2003 volgde een nieuw onderzoek waarbij opnieuw onregelmatigheden werden vastgesteld, waaronder het laten meenemen van goederen door klanten en het niet melden van onregelmatigheden door appellant.
Het College maakte het voornemen tot ontslag bekend en legde uiteindelijk op 24 september 2003 het disciplinaire ontslag op, dat door de rechtbank werd bevestigd. In hoger beroep oordeelt de Raad dat bepaalde gedragingen, zoals het apart zetten van tennisballen en een stereotoren, niet als plichtsverzuim kunnen worden aangemerkt vanwege de geldende procedures.
Echter, het overige handelen en nalaten van appellant, waaronder het niet melden van onregelmatigheden en actieve betrokkenheid bij het laten meenemen van waardevolle goederen, is voldoende bewezen en rechtvaardigt het ontslag. De Raad acht het ontslag niet onevenredig gezien de ernst van het plichtsverzuim en de eerdere waarschuwing. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens plichtsverzuim wordt bevestigd.