ECLI:NL:CRVB:2006:AX8674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigd betaalde WAZ-uitkering wegens niet opgegeven inkomsten
Betrokkene ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAZ) die vanaf 1996 onterecht werd doorbetaald ondanks inkomsten uit haar eigen kapsalonbedrijf. Het UWV schortte de uitkering op en vorderde terugbetaling van de onverschuldigd betaalde bedragen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de inkomsten en verklaarde de bezwaren van betrokkene gegrond. Het UWV en betrokkene gingen in hoger beroep tegen deze uitspraken.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat betrokkene haar inkomsten niet heeft opgegeven en dat het UWV op basis van een frauderapport en schattingsmethoden een redelijke inschatting van de inkomsten heeft gemaakt. De Raad oordeelt dat het UWV terecht de uitkering heeft stopgezet en teruggevorderd, en dat er geen sprake is van gewekt vertrouwen of schending van rechtszekerheid.
Wel is vastgesteld dat het UWV ten onrechte terugvordering toepaste op een periode vóór 1 augustus 1996, waar dit wettelijk niet mogelijk was. De Raad vernietigt de eerdere uitspraken en bepaalt dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens worden proceskosten toegekend aan betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt toegewezen, de terugvordering is terecht behalve voor de periode vóór 1 augustus 1996.