ECLI:NL:CRVB:2006:AX8556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als projectleidster, viel in 1993 uit wegens rugklachten en ontving vanaf 1994 een WAO-uitkering die in 1996 werd verhoogd naar 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2001 door verzekeringsarts Van Doggenaar en een aanvullende expertise van arts Boelen, werd haar belastbaarheid volgens het FIS-systeem vastgesteld. De arbeidsdeskundige Smit berekende het verlies aan verdienvermogen op 20%, later bijgesteld naar 11,4% door arbeidsdeskundige Veugelaers na correcties door bezwaarverzekeringsarts De Vink.
Het Uwv trok op basis hiervan de WAO-uitkering per 3 januari 2003 in. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslagen. In hoger beroep voerde appellante bezwaren aan tegen de belastbaarheidsschatting, maar erkende haar gemachtigde dat alle relevante medische en arbeidskundige stukken beschikbaar waren. De Raad concludeerde dat het gebruik van het FIS-systeem in plaats van het CBBS-systeem geen relevante verschillen in uitkomst gaf.
De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van de eerdere beoordeling en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering. Er werden geen proceskosten toegewezen. De medische informatie van de behandelend fysiotherapeut werd niet als nieuw of doorslaggevend beschouwd, en ook een andere indexering van het maatmaninkomen zou de arbeidsongeschiktheidsclassificatie niet wijzigen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering van appellante per 3 januari 2003.