ECLI:NL:CRVB:2006:AX8405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening correctienota’s wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante heeft bij besluit van 19 oktober 1999 correctienota’s opgelegd gekregen over de jaren 1994 tot en met 1998, welke zij betwistte. Na diverse procedures, waaronder een niet-ontvankelijkverklaring van haar beroep en verzet, verzocht zij in 2003 om herziening van het besluit op grond van een compromis met de belastingdienst en vermeende onthouden stukken.
De herzieningsaanvraag werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) afgewezen omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals vereist in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit standpunt werd door de rechtbank bevestigd en ook in hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat de aangevoerde omstandigheden, waaronder het gebruik van stukken uit strafrechtelijk onderzoek en het observatierapport, geen nieuw feiten waren maar grieven over de rechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit. Ook het compromis met de belastingdienst werd niet als nieuw feit aangemerkt omdat het geen standpuntwijziging van de belastingdienst inhield en het Uwv daaraan niet gebonden was.
De Raad concludeerde dat het Uwv bevoegd was het verzoek om herziening af te wijzen zonder toepassing van artikel 4:5 Awb Pro en dat er geen sprake was van onrechtmatig handelen of schending van rechtsbeginselen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van de correctienota’s wegens het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.