ECLI:NL:CRVB:2006:AX8390

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 februari 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-7093 ALGEM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Werkloosheidswet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzekeringsplicht directeur-grootaandeelhouder onder werknemersverzekeringswetten niet van toepassing

Gedaagde verzocht om overname van de loonbetalingsverplichting van Florentina’s I B.V. door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Appellant kende aanvankelijk voorschotten toe, maar weigerde later de loonbetalingsverplichting over te nemen omdat gedaagde geen privaatrechtelijke dienstbetrekking had als directeur-grootaandeelhouder.

De rechtbank had het besluit van appellant vernietigd en hem opgedragen een nieuw besluit te nemen. Appellant verklaarde daarop de bezwaren van gedaagde ongegrond. Gedaagde ging hiertegen in beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

De Raad bevestigde het eerdere oordeel dat gedaagde niet verplicht verzekerd is ingevolge de werknemersverzekeringswetten. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van gedaagde ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van gedaagde tegen het besluit op bezwaar wordt ongegrond verklaard omdat hij niet verplicht verzekerd is onder de werknemersverzekeringswetten.

Uitspraak

05/7093 ALGEM
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, appellant,
en
[gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank
’s-Gravenhage 31 oktober 2005 met kenmerk 04/5612.
Namens gedaagde heeft mr. E.J. Krijgsman, advocaat te ’s-Gravenhage, een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van 5 januari 2006, waar appellant zich niet heeft doen vertegenwoordigen en waar gedaagde in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. Krijgsman.
II. MOTIVERING
Naar aanleiding van een verzoek van gedaagde om de loonbetalingsverplichting van Florentina’s I B.V. over te nemen heeft appellant bij besluit van 13 mei 2003 aan gedaagde in afwachting van de uitkomst van het onderzoek voorschotten toegekend. Bij besluit van 3 juni 2003 heeft appellant in afwachting van de uitkomst van het onderzoek naar de verzekeringsplicht van gedaagde (voorlopig) geweigerd de loonbetalingsverplichting van Florentina’s I B.V. over te nemen, op de grond dat geen sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3 van Pro de Werkloosheidswet omdat gedaagde directeur-grootaandeelhouder was. Als gevolg hiervan is de betaling van voorschotten gestaakt.
Bij besluit van 26 juni 2003 heeft appellant gedaagde niet verzekerd geacht voor de sociale werknemersverzekeringswetten. De rechtbank heeft bij haar uitspraak van 19 oktober 2004 het beroep tegen het na bezwaar genomen besluit van 29 september 2003 inzake de verzekeringsplicht gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en appellant opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
Bij besluit 22 november 2004 heeft appellant de bezwaren die gedaagde tegen het besluit van 3 juni 2003 had gemaakt ongegrond verklaard. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank met bepalingen betreffende de vergoeding van griffierecht en proceskosten het beroep van gedaagde tegen dat besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en appellant opgedragen met inachtneming van haar uitspraak een nieuw besluit te nemen.
De Raad overweegt het volgende.
Bij zijn uitspraak van heden in het geding tussen partijen met kenmerk 04/6357 ALGEM heeft de Raad als zijn oordeel uitgesproken dat appellant terecht het standpunt heeft ingenomen dat gedaagde niet als verplicht verzekerd ingevolge de werknemersverzeke-ringswetten kan worden aangemerkt. Met dit oordeel is gegeven dat appellant bij zijn besluit van 22 november 2004 terecht het besluit van 3 juni 2003 tot afwijzing van de aanvraag van gedaagde om de loonbetalingsverplichtingen van Florentina’s I B.V. over te nemen heeft gehandhaafd.
Gezien het voorgaande dient de aangevallen uitspraak te worden vernietigd. De Raad zal, doende hetgeen de rechtbank had behoren te doen, het beroep van gedaagde tegen het besluit op bezwaar ongegrond verklaren.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gewezen door mr. R.C. Schoemaker als voorzitter en mr. G. van der Wiel en mr. drs. N.J. van Vulpen-Grootjans als leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Renden als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2006.
(get.) R.C. Schoemaker.
(get.) M. Renden.
EK0802