ECLI:NL:CRVB:2006:AX7456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van der Kerkhof
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering CBBS
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem waarin het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering van betrokkene wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% werd vernietigd. De rechtbank had geoordeeld dat onvoldoende rekening was gehouden met de liesklachten van betrokkene in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), waardoor het besluit onvoldoende gemotiveerd was.
In hoger beroep heeft de Raad vastgesteld dat de liesklachten wel degelijk zijn meegewogen, maar niet tot verdere beperkingen leiden dan eerder vastgesteld. Wel oordeelt de Raad dat het gebruikte beoordelingssysteem CBBS hoge eisen stelt aan de motivering en verslaglegging, waaraan het primaire besluit niet voldeed. Na aanvullende stukken en reacties concludeert de Raad dat de motivering uiteindelijk voldoende is.
De Raad vernietigt het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand conform artikel 8:72 Awb Pro. De eerdere uitspraak wordt bevestigd voor zover het besluit wordt vernietigd en proceskosten worden toegewezen, maar wordt vernietigd voor zover het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, reiskosten en verletkosten aan betrokkene.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.