ECLI:NL:CRVB:2006:AX6451
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen besluit vermogensvaststelling WUBO-uitkering
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer, kreeg per 1 mei 1990 een WUBO-uitkering waarvan het vermogen definitief werd vastgesteld op ƒ 191.499,56 bij besluit van 1 november 1991. Appellant maakte hiertegen destijds geen bezwaar, waardoor het besluit rechtens onaantastbaar werd.
In mei 2002 verzocht appellant om herziening van het vastgestelde vermogen, maar dit verzoek werd door verweerster afgewezen en gehandhaafd na bezwaar. Het daaropvolgende beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, en het verzet ongegrond, waardoor het besluit definitief was.
Appellant maakte bezwaar tegen een berekeningsbeschikking van 31 januari 2005 inzake een korting op inkomsten uit vermogen. Verweerster verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de beschikking geen nieuwe of nadere beslissing over het vermogen bevatte. De Raad bevestigt dat er geen zelfstandig besluit was in de zin van de Awb, waardoor bezwaar niet openstond.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit in rechte kan standhouden en wijst het beroep af. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van het vermogen voor de WUBO-uitkering wordt ongegrond verklaard.