ECLI:NL:CRVB:2006:AX6284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering met terugwerkende kracht en vergoeding wegens overschrijding beslistermijn
Appellante, die sinds 1989 arbeidsongeschikt was wegens rugklachten, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend. Na heronderzoek werd haar uitkering per 15 april 1994 ingetrokken op basis van een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vernietigde dit besluit in 1995 vanwege het ontbreken van een voorafgaand medisch onderzoek, maar het Uwv nam later een nieuw besluit tot intrekking met dezelfde ingangsdatum.
Appellante maakte bezwaar tegen dit nieuwe besluit, maar het Uwv verklaarde het bezwaar in 2003 ongegrond. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek inmiddels voldoende is en dat de intrekking terecht is. Wel constateert de Raad dat het Uwv de beslistermijn van 17 weken ruimschoots heeft overschreden, waardoor appellante onredelijk lang in onzekerheid verkeerde.
De Raad stelt vast dat deze overschrijding het recht van appellante op een redelijke termijn schendt zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Dit heeft geleid tot immateriële schade waarvoor het Uwv aansprakelijk is. Daarom veroordeelt de Raad het Uwv tot een schadevergoeding van €7.500 en tot vergoeding van proceskosten. Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het Uwv wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van €7.500 wegens overschrijding van de beslistermijn.