ECLI:NL:CRVB:2006:AX3257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens plichtsverzuim door doorwerken tijdens ziekte zonder melding aan bedrijfsarts
Betrokkene was sinds 1986 in dienst van de provincie Zuid-Holland en werkte sinds 2002 als bureausecretaresse. Na een ziekmelding in juli 2003 kwam een anonieme tip binnen dat zij tijdens ziekte werkzaamheden verrichtte bij schoonmaakbedrijf ISS. Appellanten legden haar daarop ontslag op wegens plichtsverzuim, waaronder doorwerken tijdens ziekte zonder toestemming en vermeend bedrog.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit tot ontslag. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat betrokkene niet verboden was een tweede baan te hebben en dat onvoldoende is bewezen dat zij haar arbeidsongeschiktheid heeft voorgewend. Wel oordeelt de Raad dat betrokkene plichtsverzuim pleegde door de bedrijfsarts niet te informeren over haar werkzaamheden bij ISS, waardoor deze geen volledig beeld kon vormen.
De Raad wijst het standpunt van appellanten af dat het plichtsverzuim zwaarder moet worden gewogen vanwege eerdere gedragingen en dat er sprake was van financiële benadeling. De opgelegde sanctie van ontslag wordt door de Raad als niet evenredig beoordeeld; een voorwaardelijk strafontslag zou passend zijn. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd, met de verplichting voor appellanten een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Tevens worden appellanten veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslagbesluit wordt vernietigd wegens disproportionaliteit, met de verplichting tot een nieuwe beslissing op bezwaar.