ECLI:NL:CRVB:2006:AX3235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- J. Th. Wolleswinkel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslagbesluit wegens onvoldoende bewijs ongeschiktheid ambtenaar
Appellant, werkzaam als inspecteur bij de Rijksverkeersinspectie, werd ontslagen wegens vermeende ongeschiktheid voor zijn functie, gebaseerd op een verstoorde arbeidsrelatie, gezagsondermijning, verwaarlozing van opsporingstaken, productieachterstand en onterechte declaraties. Het ontslag werd verleend op grond van artikel 98, eerste lid, aanhef en onder g, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR).
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de Minister onvoldoende concrete gedragingen heeft aangetoond die de ongeschiktheid van appellant rechtvaardigen. Klachten geuit aan een vertrouwenspersoon kunnen niet worden aangemerkt als gezagsondermijning, zeker niet wanneer de openbaarmaking daarvan niet aan appellant te wijten is. Ook andere verwijten zoals het niet opmaken van proces-verbaal en productieachterstanden zijn niet concreet onderbouwd.
Daarnaast is de procedurele gang van zaken niet correct verlopen, omdat de hoorzitting niet voldeed aan de vereisten van de Regeling Bezwarenprocedure personele aangelegenheden. Het verzoek van appellant tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete onderbouwing.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank die het besluit in stand hield, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de Minister in de proceskosten van appellant. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens ongeschiktheid wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs en procedurele fouten.