ECLI:NL:CRVB:2006:AX3071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ingetrokken bezwaar tegen UWV-besluit
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem betreffende een besluit van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV op 7 juni 2005 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarbij het eerdere bestreden besluit van 23 februari 2001 is ingetrokken en het bezwaar van appellante alsnog gegrond is verklaard.
Hierdoor is het geschil tussen partijen komen te vervallen en heeft appellante geen belang meer bij voortzetting van het hoger beroep. De Raad heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellante, begroot op € 644,--, en tot vergoeding van het betaalde recht van € 129,23.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten met toestemming van partijen en heeft de beslissing in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2006. De uitspraak benadrukt de werking van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, waarbij het UWV de plaats van het Lisv heeft ingenomen.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV het bezwaar van appellante heeft ingewilligd en het UWV is veroordeeld tot betaling van proceskosten.