ECLI:NL:CRVB:2006:AX3047
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij hoger beroep WWB-uitkeringsbesluit
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit tot beëindiging van een WWB-uitkering en het daaropvolgende bezwaar ongegrond verklaarde, vernietigde en het primaire besluit eveneens vernietigde.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet bedoeld is om de behandeling van de hoofdzaak te bespoedigen (kortsluiting) en dat er geen sprake is van een spoedeisend belang. De gemeente stelde dat terugvordering van bijstand en onderzoek naar woonsituaties problematisch zouden zijn, maar dit werd onvoldoende geacht om een voorlopige voorziening te rechtvaardigen.
Gelet op artikel 19 van Pro de Beroepswet schort het hoger beroep de werking van de uitspraak niet op, waardoor het risico van bijstandverlening voor rekening van de gemeente komt, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, die hier niet zijn gebleken.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en veroordeelt de gemeente tot betaling van de proceskosten van € 322,-- aan betrokkene.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.