ECLI:NL:CRVB:2006:AX1591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening bij hoger beroep tegen beëindiging Ioaz-uitkering niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker, het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Cranendonck, heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Hertogenbosch die het beroep van betrokkene tegen de beëindiging van diens Ioaz-uitkering gegrond had verklaard. Tevens verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening om de werking van deze uitspraak op te schorten.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 19 van Pro de Beroepswet en artikel 8:81 Awb Pro de werking van de aangevallen uitspraak automatisch is opgeschort zolang het hoger beroep loopt. Hierdoor had verzoeker geen belang bij het verzoek om een voorlopige voorziening, zodat dit verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard.
Verder werd het verzoek om onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak op grond van artikel 8:86 Awb Pro niet gehonoreerd vanwege het ontbreken van spoedeisendheid. Verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene, begroot op € 348,60.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.M.A. van der Kolk-Severijns op 12 mei 2006, in aanwezigheid van griffier L.M. Reijnierse.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de werking van de aangevallen uitspraak reeds is opgeschort door het instellen van hoger beroep.