ECLI:NL:CRVB:2006:AW7164
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- E. Heemsbergen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen vermogenstoerekening bij uitkering vervolgingsslachtoffers
Appellant, uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, maakte bezwaar tegen de berekening van zijn periodieke uitkering waarbij een bedrag van €144.272,90 uit een erfenis aan zijn echtgenote werd meegenomen als vermogen.
Appellant stelde dat een bedrag van €125.000,- buiten beschouwing had moeten blijven omdat de erflaatster volgens een vermeende wens dit bedrag aan zijn dochter had willen doorgeven. De Raad oordeelde dat deze wens niet schriftelijk was vastgelegd en dat de erfenis aan de echtgenote onder het toepassingsbereik van artikel 19 van Pro de Wet valt.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit niet in rechte kan worden aangetast en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vermogenstoerekening bij de uitkering wordt ongegrond verklaard.