ECLI:NL:CRVB:2006:AW5581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw), maar het College stelde vast dat zij samen met appellant een gezamenlijke huishouding voerde zonder dit te melden. Een onderzoek met sociale rechercheurs bevestigde dat zij van 1 februari 2002 tot en met 30 april 2003 hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning en wederzijdse zorg verleenden.
De rechtbank had het beroep van appellanten tegen het besluit van het College ongegrond verklaard, en de Raad onderschrijft dit oordeel. Appellante schond haar inlichtingenverplichting door het niet melden van de gezamenlijke huishouding, waardoor ten onrechte bijstand werd verstrekt. Het College was daarom bevoegd het recht op bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen.
Ook appellant werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor terugbetaling omdat hij met appellante een gezamenlijke huishouding voerde. De Raad vond geen dringende redenen om af te zien van intrekking of terugvordering. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand worden bevestigd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding.