ECLI:NL:CRVB:2006:AW5222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, werkzaam als carrosseriemonteur, viel in mei 1999 uit wegens spier- en psychische klachten. Na initiële toekenning van een WAO-uitkering van 80% arbeidsongeschiktheid, werd deze in oktober 2000 herzien naar 25-35%. Appellant betwistte de medische beoordeling en stelde dat het onderzoek onzorgvuldig en onvolledig was.
De rechtbank Breda vernietigde in 2002 het eerdere besluit wegens onvoldoende zorgvuldigheid in het medisch onderzoek. Na hernieuwd onderzoek verklaarde het UWV het bezwaar ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door myopathie objectief zwaarder beperkt was dan vastgesteld en dat het medisch onderzoek onvoldoende was.
De Raad oordeelde dat de medische rapporten van reguliere specialisten en de bezwaarverzekeringsarts voldoende waren en dat de door appellant overgelegde rapporten van een alternatieve geneeskundige geen objectief medisch bewijs boden. De Raad vond geen aanleiding het medisch oordeel van het UWV te verwerpen of een onafhankelijk medisch deskundige in te schakelen.
Daarmee bevestigde de Centrale Raad van Beroep het besluit van het UWV tot herziening van de WAO-uitkering op basis van een zorgvuldige en deugdelijke medische beoordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.