ECLI:NL:CRVB:2006:AW4600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid en procesbelang bij voorwaardelijk ontslag ambtenaar
Appellant, werkzaam als medewerker bij de gemeente Heerenveen, kreeg in september 2001 voorwaardelijk strafontslag met een proeftijd van één jaar. In september 2002 werd het voornemen tot tenuitvoerlegging van dit ontslag kenbaar gemaakt, waarna appellant bezwaar maakte met een brief van 29 september 2002 en later een bezwaarschrift indiende op 5 februari 2003.
De rechtbank verklaarde het bezwaarschrift van 5 februari 2003 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en het bezwaarschrift van 29 september 2002 niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift van 5 februari 2003, omdat de persoonlijke omstandigheden van appellant geen verschoonbare reden vormen voor de termijnoverschrijding.
Echter, de Raad vernietigt het oordeel over het bezwaarschrift van 29 september 2002 en oordeelt dat appellant wel procesbelang heeft en recht heeft op een inhoudelijk oordeel. De Raad stelt vast dat dit bezwaarschrift niet als voortijdig kan worden aangemerkt, omdat het besluit op 11 oktober 2002 pas is genomen. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant en dient het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.