ECLI:NL:CRVB:2006:AW3254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim bij frauduleuze dividendbelastingteruggave
Appellante was werkzaam bij een belastingdienst eenheid en belast met de afhandeling van dividendbelastingteruggaven. Op 26 augustus 2002 werd een frauduleus verzoek tot teruggave van dividendbelasting ingediend namens Stichting Shell Pensioenfonds, met een vervalst bankrekeningnummer. Dit leidde tot een uitbetaling van ruim €3,3 miljoen.
Hoewel er geen direct bewijs was van haar betrokkenheid, concludeerde de Raad op basis van omstandige gegevens, waaronder een vervalste paraaf en het ontbreken van noodzakelijke dividendnota’s, dat appellante zeer ernstig plichtsverzuim had gepleegd. Zij was de enige die administratief verantwoordelijk was en het is aannemelijk dat zij de frauduleuze aanvraag buiten het zicht van bevoegde ambtenaren hield.
De Raad verwierp het beroep van appellante tegen haar schorsing en de inhouding van haar bezoldiging. Ook het beroep tegen het ontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim werd afgewezen. De opgelegde straf van ontslag werd als niet onevenredig beoordeeld. Verder werden geen proceskosten toegekend.
De uitspraak bevestigt eerdere uitspraken van de rechtbank en benadrukt dat het ontbreken van direct bewijs niet uitsluit dat op grond van de feiten en omstandigheden tot een overtuiging van ernstig plichtsverzuim kan worden gekomen.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens zeer ernstig plichtsverzuim in verband met een frauduleuze dividendbelastingaanvraag wordt bevestigd.